Op deze pagina staat alle informatie die je nodig hebt om de route te fietsen. Op de kaart staat aangegeven waar de kunstwerken precies te vinden zijn en daaronder staat op de verschillende tabbladen meer informatie over de kunstwerken. De route duurt ongeveer 2 uur en is het beste te fiets af te leggen. Onderzoeker en schrijver van de route is Jorien Posthouwer.

Dit jaar is het precies vijftig jaar geleden dat de eerste bewoners de Bijlmermeer, beter bekend als de Bijlmer, betrokken. Met torenhoge verwachtingen was deze wijk gebouwd, dit zou de stad van de toekomst worden. De Bijlmer is de grootste, geheel geplande wijk van Nederland. Over alles wat je ziet in Amsterdam-Zuidoost is nagedacht. Waar steden en buurten meestal, net als het menselijk lichaam, langzaam groeien en uitdijen, is de Bijlmer direct vanaf de tekentafel gebouwd. Als een soort monster van Frankenstein met goede bedoelingen door mensen gefabriceerd en daarna tot leven gewekt.

Op de tekentafel was de Bijlmer een ‘ideale stad’ met veel licht, lucht en ruimte voor alle bewoners. Gebaseerd op de modernistische ideeën van het functionalisme waren alle verschillende functies, zoals wonen, werken, verkeer en recreatie, gescheiden. De wegen waren verhoogd zodat je als fietser of wandelaar geen auto hoefde tegen te komen. Er waren grote parken en veel groen tussen de flats waar men kon recreëren. Als oplossing voor de naoorlogse woningnood in Amsterdam bestond de Bijlmer voornamelijk uit enorme, tien verdiepingen hoge flats. Men kon wonen in ruim opgezette appartementen met grote balkons. De planners van de Bijlmer waren gek op zonlicht; wie zon in zijn huis zou hebben was een gelukkig mens. Met, voor die tijd, flitsende filmpjes en een kekke slogan (‘Er zingt een nachtegaal in de Bijlmer’) werd de Bijlmer onder Amsterdammers gepromoot.

Het zou een kunstloze stad worden. De Bijlmer was immers zo bijzonder dat het een kunstwerk op zichzelf zou zijn. Kunstwerken in de openbare ruimte zouden daar alleen maar aan afdoen. Men had geen kunst ‘nodig’ om van deze wijk te kunnen genieten. Maar we gaan een kunstroute fietsen, zul je nu denken. Hoe kan dat in een kunstloze stad?
Zoals je weet zijn de bovenstaande verwachtingen allesbehalve ingelost. De Bijlmer is niet de stad van de toekomst geworden zoals gepland. De wijk heeft juist jarenlang bekendgestaan om haar onveiligheid, criminaliteit en veel drugsoverlast.

Veel van de eerste bewoners trokken snel weg vanwege het gebrek aan faciliteiten en de slechte bereikbaarheid. Ook voelden zij zich niet prettig tussen de hoge flats en onveilig in de grote stukken groen. Een woning met veel zonlicht bleek niet voldoende. Daarna betrokken voornamelijk armere gezinnen en migranten de flats. Ook het discriminerende woonbeleid van de gemeente Amsterdam tot 1979 dwong veel Surinaamse Nederlanders zich in Zuidoost te vestigen. In het straatbeeld van dit stadsdeel, maar ook in de kunstwerken is duidelijk zichtbaar dat Nederland en Suriname een geschiedenis delen.

Ondertussen is de Bijlmer niet alleen de grootste geplande wijk van Nederland, ook is het een van de grootste stedelijke vernieuwingsprojecten. De afgelopen twintig jaar is de Bijlmermeer op de schop gegaan en getransformeerd tot Zuidoost. Vandaag de dag is het in plaats van een kunstloze stad een van de stadsdelen met de grootste dichtheid openbare kunst. Al snel nadat de eerste bewoners de flats betraden ontstond er namelijk vraag naar kunst. Maar wat zegt dat precies over kunst in de openbare ruimte? Heeft men kunst nodig? En waarom dan precies?
In deze route zullen we die vragen gaan onderzoeken. Door de verschillende kunstwerken zullen we de verhalen van Zuidoost en de Bijlmer leren kennen. Vijftig jaar Bijlmer: van de kunstloze stad van de toekomst op de tekentafel naar de probleemwijk in de jaren ’70 en ’80, en van de stedelijke vernieuwing in de jaren ’90 tot de gentrificatie van nu.

Je staat hier midden in het visitekaartje van Zuidoost zoals het zichzelf graag wil tonen aan de buitenwereld. Als een feniks is het stadsdeel uit haar as herrezen. Hier manifesteert de naamsverandering van de Bijlmer naar Zuidoost zich op haar best. Er zijn geen ongure hoekjes en tunneltjes meer waar de Bijlmer zo bekend om stond. In tegendeel, alles is erop ingericht dat de wijk juist zo open en licht en daarmee zo veilig mogelijk oogt, vandaar de vele glazen gebouwen en de open brede doorgangen.

Als eerste valt het imposante treinstation op. Op grote pijlers spuugt het station een constante stroom aan mensen uit. Het hele station is ingericht op crowd control om de grote aantallen bezoekers voor de Amsterdam ArenA en de grote concerthallen onder controle te kunnen houden. Daarnaast is de architect, Jan van Belkum, bijzonder trots op zijn inspanningen het station duifvrij te maken. Let maar eens op, zelden is er een duif te vinden in het station. De duif werende maatregelen zijn zo onzichtbaar mogelijk toegepast. Als je goed kijkt zie je dunne draadjes gespannen op plekken, waar vogels graag zitten, die het onmogelijk voor ze maken om neer te strijken. Vanaf dit punt, in het midden van het plein, zie je ook een klein hoekje van wat vanaf de start van het voetbalseizoen 2018-2019 de Johan Cruijff ArenA gaat heten. Dit gigantische stadion van Ajax ziet eruit als een toekomstdroom van dertig jaar geleden, inclusief kleine ufo’s op de hoeken van het stadion. Het is een bekende vorm van city branding om zo’n prestigieuze publiekstrekker te plaatsen in Zuidoost en het gebied daarmee ‘op de kaart’ te zetten.

Natuurlijk is er ook nog het kunstwerk van Karin van Dam waar je nu onder staat, City Cells. Zij kreeg de opdracht om een kunstwerk te ontwerpen dat de Amsterdamse Poort met het stationsgebied en de ArenA Boulevard verbindt. De entree van de Amsterdamse Poort moest herkenbaarder worden, maar nog steeds een open en lichte doorgang blijven. Van Dam is daar goed in geslaagd. De open structuur laat veel licht door en vanuit de trein is het werk al zichtbaar. ’s Avonds wordt het werk verlicht. De vorm van de City Cells refereert onder andere aan de honingraatstructuur van de oude Bijlmerflats. De cellen zijn gebaseerd op de vorm van verschillende zaden en planten die in de zeventiende en achttiende eeuw door de VOC en de WIC naar Nederland zijn verscheept. De puntige uitsteeksels zijn naar binnen gekeerd zodat vogels niet op het kunstwerk kunnen zitten.
In het vernieuwde Amsterdam-Zuidoost is iedereen welkom, behalve de duif.

Je zou het misschien niet meteen doorhebben maar je staat hier midden in een gesamtkunstwerk: de Amsterdamse Poort. Net zoals de Bijlmer in het begin werd gezien als een kunstwerk op zich is ook de Amsterdamse Poort bedoeld als een openbare ruimte als kunstwerk. Elke putdeksel en lantaarnpaal is uitgebreid besproken en doordacht, en zelfs de richting van de bakstenen waar je nu op staat draagt bij aan de ‘optimale beleving’ van dit plein. Dat is niet zozeer bedacht vanuit idealistische motieven maar vanuit commercieel perspectief, want hoe prettiger de omgeving, des te meer wordt er verkocht.

Toch springt vooral het hoofdkantoor van ING hier in het oog. Dit gebouw wordt ook wel ‘de burcht’ of ‘het zandkasteel’ genoemd. Geïnspireerd op het antroposofische gedachtegoed van Rudolf Steiner ontwierpen Ton Alberts en Max van Huut dit gebouw in de stijl van het organische bouwen, wat te zien is in de afwezigheid van rechte hoeken en het gebruik van natuurlijke materialen als hout en natuursteen. ‘Van gebouwen met rechthoekige vormen worden de mensen die erin verblijven hard, hoekig, ongevoelig en rationeel’, aldus Alberts in Trouw. Een interessante mening hier in de Bijlmer, die vooral bekendstaat om zijn grijze, hoekige hoogbouwflats.

Het Zandkasteel
Het verbaasde iedereen dat de opdracht voor het ontwerpen van een nieuw hoofdkantoor voor de NMB-bank (later opgegaan in ING) was gegund aan Ton Alberts en Max van Huut. Deze twee architecten hadden nooit eerder een kantoor ontworpen en stonden bekend om hun natuurlijke en organische stijl. Dat sloot echter precies aan bij wat de bank wilde uitstralen: met dit gebouw wilde het bedrijf zich een vriendelijker, socialer en zachter imago aanmeten.

Het gebouw bestaat uit tien torens die aan elkaar zijn verbonden door laagbouw in de vorm van een grillige S. Rechte gangen kom je er niet tegen, alles kronkelt. Toch is het gebouw ook functioneel. De achteroverleunende gevels zorgen voor een betere akoestiek en daglichtvoorziening. Ook weerkaatsen ze het verkeerslawaai. Dankzij de dikke muren en de kleine, hoge ramen is het gebouw een van de energiezuinigste gebouwen uit de jaren ’80. De bijnaam ‘de burcht’ is toepasselijk. Voor buitenstaanders zijn de muren ondoordringbaar en blijft de natuurlijke weelde binnen in het gebouw verborgen. Een miniatuurversie kun je overigens vinden in Madurodam.

De Amsterdamse Poort
Terwijl de Bijlmer is gebaseerd op het idee dat de verschillende functies gescheiden moeten zijn – wonen, werken, recreëren, verkeer, alles moest op een andere plek gebeuren – hebben ze dat in de Amsterdamse Poort rigoureus anders aangepakt. Dit winkelcentrum moest worden wat er in de rest van het stadsdeel miste: een ontmoetingsplek waar mensen kunnen wonen, winkelen en recreëren. Dit is dan ook de eerste plek in Zuidoost waar kunst is ontwikkeld in samenhang met de ruimte, in plaats van er later in te worden geplaatst. De rest van het centrum moest een ingehouden karakter krijgen om zo ‘het zandkasteel’ goed tot zijn recht te laten komen. Daarom zijn alle gebouwen uitgevoerd in een witte steensoort, een contrast met de warmte uitstralende baksteen van het bankgebouw.

In het originele plan waren drie kunsttoepassingen bedacht. Hiervan is er een verwijderd en de andere is nooit uitgevoerd, want het geld was op. Het plan was om neonlijnen de toegangsviaducten naar het centrum te laten markeren. Uiteindelijk werd deze toepassing vervangen door het plaatsen van reclameborden.

Het nog aanwezige kunstwerk is niet gemakkelijk te vinden. Kunstenaar Dries Wiecherink maakte zo’n discreet werk dat het opgaat in de bebouwde omgeving. In de muren van zeven huizen zijn patronen met lichte kleuren baksteen geplaatst. Het raster van deze patronen is telkens hetzelfde, maar eroverheen projecteerde hij zeven verschillende vormen. Het zijn hexagrammen uit de klassieke Chinese tekst I Tjing (ook bekend als Het boek der veranderingen), die men raadpleegt bij het nemen van moeilijke beslissingen. Hoewel weinig mensen zullen weten dat ze deze muurpatronen kunnen raadplegen bij het maken van beslissingen, toch hebben ze de afgelopen dertig jaar flink wat belangrijke veranderingen in Zuidoost aanschouwd.

Daar staat ze: Dolle Mina. Verdekt opgesteld tussen de parasols en terrasstoelen. Dat is niet iets wat we gewend zijn van Dolle Mina’s, maar met baas in eigen buik heeft dit beeld dan ook niets te maken. Kunstenaar Erwin de Vries liet zich inspireren door erotische vormen. Zou ze daarom Dolle Mina heten? Iets verderop in Zuidoost staat Erectus, een ander werk van De Vries. Dit werk is niet in de route opgenomen, maar je kunt het zeker onderweg tegenkomen. Erectus doet zijn naam in ieder geval eer aan en bestaat uit drie stroperige palen die rechtop uit de grond steken.

Maar nu staan we bij Dolle Mina. Haar sokkel is een lekker zitplekje voor voorbijgangers. Regelmatig strijkt hier iemand neer om even bij te komen van alle superdeals en limited offers die je om de oren vliegen in de Amsterdamse Poort. Haar billen zijn een goed hoofdsteuntje en haar kuiten erg geschikt om je tas tegenaan te zetten.

De Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries maakte dit beeld in 1968 voor een winkelcentrum in Lelystad. Toen het winkelcentrum in 2000 werd verbouwd moest het kunstwerk weg en is zij cadeau gedaan aan stadsdeel Zuidoost. De Vries was niet alleen beeldhouwer, maar ook schilder, graficus en tekenaar. Het slavernijmonument in het Oosterpark is overigens ook gemaakt door De Vries.

Surinamers in Zuidoost

Als je door de Amsterdamse Poort loopt kun je niet heen om de vele Surinaamse invloeden. Eetzaakjes met roti en schoonheidssalons gespecialiseerd in zwarte krullen. Suriname en Nederland delen een geschiedenis en dat is zichtbaar in Zuidoost.

Het was in de zeventiende eeuw dat Nederland Suriname en een aantal eilanden van de Kleine Antillen koloniseerde. Slavernij en slavenhandel maakten dit tot een lucratieve business. Hoewel slavernij officieel nooit is toegestaan op Nederlandse grond, is veel van de weelde die je vandaag de dag ziet in Amsterdam mede mogelijk gemaakt door deze uitbuiting aan de andere kant van de oceaan. In 1863 werd de slavernij afgeschaft in Suriname, maar pas in 1954 eindigde de kolonisering en werden de bewoners van Suriname Nederlandse burgers. Nu hadden zij het recht naar Nederland te verhuizen, maar uit angst dat dit zou komen te vervallen wegens de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 kozen velen ervoor om begin jaren ‘70 naar Nederland te komen. Uiteindelijk verhuisden zo’n 140.000 Surinamers naar Nederland, bijna de helft van de Surinaamse bevolking. Dat betekende 140.000 mensen extra die op zoek gingen naar een woning in Nederland, waar toch al een woningcrisis heerste.

In de Bijlmer was meer dan genoeg woonruimte. De gigantische betonnen flats bleven bijgebouwd worden, ook al hadden de woonstichtingen moeite de eerste flats vol te krijgen. Uiteindelijk zijn er 31 flats gebouwd met 13.000 appartementen waarvan er honderden leegstonden. Toch werden de Surinaamse en Caribische nieuwkomers niet met open armen ontvangen. In sommige flats werden quota’s gehanteerd met een maximum aan migranten. Ook in andere delen van Amsterdam (en Nederland) werden Surinamers geweigerd. Omdat er woningen leeg bleven staan in de Bijlmer, maar tegelijkertijd veel mensen geen huis konden vinden, zijn er uiteindelijk veel woningen gekraakt. De Bijlmer werd een plek waar je terecht kon als je nergens anders naartoe kon. Nog steeds wonen er in Zuidoost veel mensen van Surinaamse of andere migratieafkomst, over het algemeen niet meer uit noodzaak maar als een bewuste keuze.

Als je nu hier in de Amsterdamse Poort staat is er weinig te merken van de leegstand in het verleden, Zuidoost is booming business. Elke werkdag tussen twaalf en een krioelt het op dit plein van de forenzen, witte kantoormannen in grijze pakken op weg naar een lunch. Dolle Mina steekt met haar ronde vormen af tegen alle hoekige jassen. Maar na enen keert de gebruikelijke gang van zaken weer terug en hebben de bewoners van de Bijlmer weer de overhand. Dolle Mina blijft rustig staan, als verdekt opgesteld beeld van de bekendste Surinaamse beeldhouwer als cadeau voor de Surinaamse gemeenschap.

Van een afstandje zie je het beeld van Anton de Kom al boven het plein uittorenen. Het werk is een ode aan de man die zich, ondanks dat hij werd tegengewerkt door de Nederlandse overheid, inzette voor gelijkwaardigheid en vrijheid van Suriname. Hij schreef het boek Wij slaven van Suriname in 1934. Het was de eerste keer dat het slavernijverleden werd beschreven vanuit het perspectief van de tot slaaf gemaakte Surinamers in plaats van de Nederlandse onderdrukker. Dit is slechts een van de vele dingen waarvoor hij wordt geëerd met dit beeld. Zo was hij ook actief in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, wat hem uiteindelijk zijn leven heeft gekost. Bij het beeld staat een opsomming van zijn heldendaden. Voor het begrijpen van dit beeld is zijn werk en zijn visie op geschiedschrijving bijzonder relevant.

‘Geen beter middel om het minderwaardigheidsgevoel bij een ras aan te kweken dan dit geschiedenisonderwijs waarbij uitsluitend de zonen van een ander volk worden genoemd en geprezen’, schreef De Kom. Geheel in lijn met deze gedachte nam een groep bewoners van Zuidoost het initiatief om De Kom te eren met een standbeeld. Er werd een prijsvraag uitgeschreven waarbij het ontwerp van kunstenaar Jikke van Loon als winnaar uit de bus kwam.

Tijdens de onthulling ontstond er veel ophef. Enkele elementen van het beeld werden anders geïnterpreteerd dan Van Loon had bedoeld. Zij heeft Anton de Kom naakt afgebeeld om zo zijn innerlijke kracht, sterkte en kwetsbaarheid weer te geven. De tegenstanders van het beeld vinden deze naaktheid juist kwetsend, omdat het hen doet denken aan het slavernijverleden. Anton de Kom ging altijd keurig gekleed in pak, het beeld sluit niet aan bij zijn uiterlijke verschijning. ‘Zou een Nederlandse vrijheidsstrijder ook naakt afgebeeld worden?’, vroegen de tegenstanders zich af. Ook vonden ze dat de rechterhand er ‘afgehakt uitziet’ en doet denken aan de lijfstraffen van slaven. Er was ook veel kritiek op de huidskleur en achtergrond van de kunstenaar. Waarom mag een witte Nederlandse vrouw die geen binding heeft met Suriname een beeld maken voor een Surinaamse held? Dat Van Loon voor dit kunstwerk onderzoek had gedaan in Suriname was voor hen niet voldoende.

Bij de opening van het beeld in 2006 wikkelden de tegenstanders het beeld in een Surinaamse vlag. Alleen de stomp van zijn rechterarm stak er hulpeloos uit. Een jaar na de opening toonden de activisten zich nog een keer en werd het beeld beklad met rode verf. Het monument laat zien dat het niet alleen belangrijk is welke historische figuren worden geëerd, maar ook door wie en op welke manier. Het beeld en de commotie eromheen sluit daarmee naadloos aan bij het activisme en de vrijheidsstrijd van Anton de Kom.

Beeldje van Martin Luther King

In april heeft kunstenares Airco Caravan een beeldje van Martin Luther King geplaatst bij het beeld van Anton de Kom. Zij heeft 50 van deze beeldjes laten maken en plaatst ze bij verschillende beelden, gebouwen en mensen die iets te maken hebben met de strijd tegen racisme en slavernij. Het is dit jaar namelijk 50 jaar geleden dat Martin Luther King werd vermoord. Er staan meerdere van deze beeldjes in Amsterdam, zie bijvoorbeeld het werk MLK50 in de kunstroute Oost.

Terwijl kunst in de openbare ruimte vaak gekenmerkt wordt door stroperige, bureaucratische procedures heeft Airco Caravan een manier gevonden om deze te omzeilen en in te grijpen in de openbare ruimte. Helaas zijn meerdere beeldjes al vernield of verdwenen maar hier bij Anton De Kom staat hij er nog trots bij. Alsof het altijd al zo geweest is.

Vanuit de verte zie je Yellow Wings al opdoemen uit het water als een grote, gele schim. Bewegen die platen nou in de wind, of lijkt dat maar zo? Onderweg hiernaartoe kom je door een mooi stuk stedelijke vernieuwing en nieuwbouw in Zuidoost. Veel laagbouw, een tuin, een parkeerplaats voor de deur, een supermarkt in de buurt, goed bereikbaar met het openbaar vervoer: dit is ‘de Hollandse droom’. Doordat deze voorzieningen er niet of amper waren in de Bijlmer, trokken mensen liever weg naar Purmerend of Almere. In de jaren ‘90 begon er een grootschalige stedelijke vernieuwing waarbij veel flats werden gesloopt en vervangen door laagbouw zoals je die hier nu ziet, een soort remake van de Bijlmer.

Yellow Wings is een remake van een ander werk dat eerst iets verderop in Zuidoost stond. Het had geen titel, maar werd liefkozend ‘de Bijlmobiel’ genoemd. Deze Bijlmobiel, ook gemaakt door Loes van der Horst, stond net als Yellow Wings in het water. Het was een ruimtelijke constructie van overlappende netten die met staalkabels tussen aluminium masten waren gespannen. Toen het gebied rondom het werk opnieuw werd ingericht moest ook de Bijlmobiel wijken, waarna het werd opgeslagen in een depot.

In 2011 wilde de gemeente het werk weer terugplaatsen. De verschillende onderdelen hadden echter de tand des tijds niet doorstaan. Daarom werden Van der Horst (ondertussen negentig jaar oud) en ingenieur Mick Eekhout tot hun grote vreugde gevraagd een ontwerp te maken geïnspireerd op de Bijlmobiel. Dit is het laatste werk van Van der Horst; zij heeft de plaatsing van het werk niet kunnen meemaken doordat zij in 2012 is overleden.

Het werk is zo ontworpen dat het toekomstbestendig is. De materialen kunnen lang meegaan en vergen weinig onderhoud. Tenzij Zuidoost weer helemaal op de schop gaat blijft Yellow Wings hier dus nog wel even staan.

Je staat hier voor de locatie van een verdwenen kunstwerk. In 1976 werd het kunstwerk De Lange Glijbaan van Karin Daan onder dit metrostation geplaatst. Twintig jaar later wilde de gemeente het laten weghalen omdat het te gevaarlijk zou zijn. ‘Kinderen zouden met een boordje of een kraag kunnen blijven haken. Onzin natuurlijk. Er is bij mijn weten nog nooit een ongeluk gebeurd’, zei Karin Daan tegen Het Parool. Vanwege werkzaamheden aan het metrostation werd het werk uiteindelijk weggehaald in 2002. Omdat het kunstwerk zo populair was en dus werd gemist, wilden omwonenden dat het werk herplaatst werd. Maar waar was dit vijftien meter lange, roestvrijstalen gevaarte gebleven? Tot op de dag van vandaag is dit een raadsel. Vergeleken met wat er zich rondom dit metrostation allemaal heeft afgespeeld, is het op zijn minst ironisch te noemen dat deze glijbaan ‘te gevaarlijk’ werd bevonden.

Stel je voor: in de jaren ‘70 was deze plek een knooppunt in de Bijlmermeer waar alles samenkwam. De verhoogde autowegen kruisten hier in de lucht en liepen direct de grootste garage van Nederland in. Om je heen torenden tien verdiepingen hoge flats met duizenden woningen, waar er honderden van leegstonden. De metro was de enige directe verbinding met het centrum. Onder in de garage en in de flats zat een groot multifunctioneel centrum waarin allerlei voorzieningen kwamen die nog misten in de Bijlmer, zoals winkels, een kerk, een sportzaal en een bibliotheek. Vanwege de centrale ligging moest het centrum van alle kanten toegankelijk zijn, zodat er wel 28 verschillende ingangen waren. Voor politieagenten was het ondoenlijk om het onder controle te houden. Er drong weinig daglicht door en dankzij de vele donkere, loze ruimtes en hoeken hingen hier regelmatig criminelen en andere ongure types rond.

Ondertussen werd in het centrum van Amsterdam hard opgetreden tegen drugsgebruik, voornamelijk heroïne met het zogeheten schoonveegbeleid. Kraakpanden werden ontruimd, cafés gesloten en groepen verslaafden werden weggejaagd. Zij konden direct vanaf de Zeedijk de metro pakken en hier in Ganzenhoef uitstappen. Het repressieve drugsbeleid in het centrum heeft ervoor gezorgd dat de drugshandel en -gebruik in de Bijlmer floreerde. Bepaalde verdiepingen in de flat Gliphoeve en trappenhuizen werden gedomineerd door de junks, overal kon je gebruikte naalden tegenkomen.

In de Amerikaanse podcast City of the Future vertelt oud-Bijlmerbewoner Tahirah Sabajo hoe zij iedere ochtend hoopte dat de lift in haar flat haar niet naar de bovenste verdiepingen zou brengen, want daar hingen de junks rond. Toen haar driejarige broertje een keertje met een gebruikte heroïnespuit thuiskwam, besloot het gezin te verhuizen. Sabajo is inmiddels terugverhuisd naar Zuidoost en woont nu in een van de overgebleven honingraatflats. De Lange Glijbaan zal waarschijnlijk niet terugkeren naar metrostation Ganzenhoef, maar eind september zal er een nieuw kunstwerk, geïnspireerd op De Lange Glijbaan, worden onthuld op het CBK Kunstplein voor CBK Zuidoost.

Als twee naalden die door de grond heen prikken staat dit werk hier. Alhoewel dit kunstwerk er staat met als voornaamste doel op te vallen, is er ook met de argeloze lange mens in het donker rekening gehouden. Er zit een reflectortje op ooghoogte om te voorkomen dat iemand zijn hoofd stoot.

Markeringskunst
In het originele ontwerp van de Bijlmer is bewust geen ruimte voor kunst ingepland. De wijk zou een kunstwerk op zichzelf zijn en de bewoners zouden zo van het straatbeeld genieten dat geen kunstwerk daar iets aan zou kunnen toevoegen. We weten nu dat de realiteit weerbarstiger is. Al snel nadat bewoners de wijk betrokken kwam er behoefte aan kunst in de openbare ruimte. Op deze plek vroegen de bewoners specifiek om een werk dat de locatie herkenbaar zou maken, want ze konden hun huis niet terugvinden. Tot 1992 waren aan de andere kant van de weg enkel grote honingraatflats te zien, zover je kon kijken. Er was zoveel symmetrie en herhaling in de wijk dat er weinig herkenningspunten waren. Dit kunstwerk is dan ook een schoolvoorbeeld van ‘markeringskunst’ waarvan er meer in Zuidoost te vinden is. Tegenwoordig is dit een duidelijk herkenbare plaats dankzij de kavels links achter het werk waarop de bewoners zelf hun huis mochten ontwerpen.

Auto’s in de Bijlmer
Vanaf 1992 heeft er hier een rigoureuze stadsvernieuwing plaatsgevonden. Niet alleen zijn verscheidene hoogbouwflats gesloopt en vervangen door laagbouw, ook is in 2005 de autoweg verlaagd. In het eerste ontwerp voor de Bijlmer waren namelijk alle wegen boven straatniveau gepland. Als voetganger hoefde je nooit een auto tegen te komen want de wegen lagen op grote betonnen pilaren en torenden boven de straatniveau uit. De metrolijn lag, en ligt weer, boven deze autowegen. Rondom de kunstwerken De Grote Glijbaan en Mama Aisa kun je nog enigszins ervaren hoe dit geweest moet zijn. De autowegen in de Bijlmer bestonden uit brede dreven en je kon met de auto maar twee kanten op, of eruit of de gemeenschappelijke garage in. Met deze opzet wilde men een veilige en prettige leefomgeving creëren zonder overlast van auto’s. In de praktijk pakte dit anders uit. De vele tunneltjes en bruggetjes onder de autowegen creëerden onoverzichtelijke en donkere plekken waar men zich niet veilig voelde. Ook waren er onvoldoende auto’s om de garages te vullen, waardoor ook deze ruimtes onveilig aandeden en ongure types aantrokken. Soms moest men wel vierhonderd meter lopen van de woning naar de auto. Tijdens de stedelijke vernieuwing van Zuidoost zijn vrijwel alle wegen verlaagd. Het kunstwerk van Matthijs van Dam en Peter Jansen is dan ook tegelijk met de weg verlaagd.

Het oorspronkelijke doel van dit kunstwerk, het markeren van locatie, is nu niet meer noodzakelijk. De verschillende vormen van nieuwbouw geven de plaats een duidelijk herkenningspunt en zeker in tijden van Google Maps en navigatiesystemen kan vrijwel iedereen zijn weg vinden. Toch is het werk zo geliefd dat het is gerestaureerd en zijn plaats heeft teruggekregen langs de verlaagde weg. Wanneer je dit weet, roept het beeld een aantal vragen op. Zou de Bijlmer er anders hebben uitgezien als er in die tijd al zoiets als Google Maps had bestaan? Hadden we de wijk als kunstwerk op zichzelf meer gewaardeerd als het straatbeeld een minder praktische rol zou hebben gespeeld?

Deze imposante grote vrouw heet Mama Aisa, de Surinaamse Moeder Aarde. Haar beeld staat hier al dertig jaar standvastig maar zijzelf heeft een flinke reis afgelegd voordat ze in dit polderland terechtkwam. Mama Aisa is de belangrijkste godheid in de winticultuur, waarvan de aanhangers geloven dat haar oorsprong in West-Afrika ligt. Toen vele Afrikanen door de Europeanen tot slaaf werden gemaakt en in enorme schepen onder mensonterende omstandigheden naar Suriname werden getransporteerd, reisden Mama Aisa en de andere winti’s met hen mee. In Suriname ontwikkelde de wintireligie zich verder. Toen rondom de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 duizenden Surinaamse Nederlanders zich in Nederland vestigden, namen zij vele gebruiken en rituelen met zich mee zoals de winticultuur en Mama Aisa.

In dit werk van Chaim Oren staat zij ook symbool voor de verbroedering van de verschillende nationaliteiten in Zuidoost. De bollen op haar jurk representeren de Grote en de Kleine Beer; zij symboliseren de verbinding tussen hemel en aarde. Mama Aisa’s linkeroog is gesloten: zij knijpt een oogje toe. Kunstenaar Chaim Oren zegt hierover: ‘Moeder vertelt niet alles aan vader over de kinderen; ze ziet wel eens wat door de vingers. Ze is lankmoedig, tolerant en vergevingsgezind. Haar rechterhand rust op haar linker, klaar om te helpen.’

Surinaamse en andere migrantenculturen zijn in Nederland niet vaak vereerd met zo’n prominent kunstwerk in de openbare ruimte. Nog geen tien jaar voor de plaatsing van dit beeld was er absoluut geen sprake van ‘verbroedering van culturen’. Tot 1979 had de gemeente Amsterdam bijvoorbeeld een discriminerend beleid waarbij er quota’s werden gehanteerd met een maximum aantal mensen van migratieafkomst die ergens mochten wonen. In sommige straten in Amsterdam werden migranten zelfs helemaal geweerd. Dit betekende voor veel Surinaamse Nederlanders dat zij werden verplicht in overbevolkte pensions te wonen. Uiteindelijk ontvluchtte velen van hen deze pensions en kwamen in de Bijlmer terecht.

Toen zij in de flats in Zuidoost hun intrek namen bestond er veel onbegrip en frictie tussen verschillende groepen. In Suriname was men niet gewend om met zo veel mensen op zo’n klein stukje grond te leven. Afval werd over het balkon gegooid en buren konden nachtenlang meegenieten van Surinaamse muziekfeesten die tot diep in de nacht werden gegeven op de galerijen. Vanuit Nederland werd geen ondersteuning of hulp geboden bij het oplossen van dergelijke cultuurverschillen. Veel witte middenklassengezinnen, voor wie de Bijlmer in eerste instantie was bedoeld, trokken weg naar nieuwe Amsterdamse voorsteden zoals Purmerend en Almere. Dat had overigens niet alleen te maken met hun verhouding tot de nieuwkomers: ook het gebrek aan voorzieningen was voor velen een belangrijke reden om weg te trekken.

Vandaag de dag is men juist trots op de diversiteit aan mensen, religies en culturen in Zuidoost. En dat uit zich in kunstwerken in de openbare ruimte die refereren aan dit interculturele karakter, zoals Mama Aisa.

Met je hoofd naar achteren en je blik omhoog, of juist langszoevend vanuit de metro. Vanuit welk perspectief je dit werk van Rein Jelle Terpstra ook bekijkt, altijd ziet het er anders uit. De schotels weerspiegelen de omgeving die ondertussen zal stilstaan in de tijd. Dit gedeelte van Zuidoost is namelijk uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht en wordt ook wel het BijlmerMuseum genoemd. In dit stukje cultureel erfgoed zal dus niet meer worden gesloopt, het landschap mag niet meer veranderen maar moet behouden blijven. De symboliek achter de schotels is zo veelzijdig als de weerspiegelingen zelf. In sommige schotels zijn stadslandschappen van andere steden gegraveerd, die vanwege de lichtspiegelingen alleen te zien zijn met bewolkt weer. De paillettenvorm van de schotels is een verwijzing naar het interculturele karakter van de Bijlmer. Dergelijke pailletten of lovertjes worden in veel culturen gebruikt om kleding mee te versieren of als talisman, want de kleine spiegeltjes beschermen tegen rampspoed en weerkaatsen het boze oog. Terpstra wilde geen specifiek herdenkingsmonument maken, maar wel had hij de Bijlmerramp steeds in het achterhoofd tijdens het ontwerpen van dit werk. Dit is immers de flat waar 25 jaar geleden een vliegtuig invloog. Voor meer informatie, zie het Monument Bijlmerramp.

Naast het terugkaatsen van onheil gaat het werk ook over het ontvangen van signalen, vandaar de holle vorm van de schalen. De schalen refereren dan ook aan de schotelantennes waaraan je een flat met vele nationaliteiten kon herkennen. Ondertussen haalt de techniek dit kunstwerk in en raken de schotelantennes langzaam uit de gratie. Modems en smartphones halen nu het land van herkomst de huiskamer binnen. Zo zal de Bijlmer, zolang er mensen wonen, altijd blijven veranderen – ondanks de status van beschermd stadsgezicht.

Vijfentwintig jaar geleden stortte hier een vliegtuig neer, op de plek waar nu een kraantje staat, om precies te zijn. Het vliegtuig raakte de flats Klein Kruitberg en Groeneveen, waardoor er 43 mensen om het leven kwamen en vele woningen werden verwoest. Het klinkt misschien als een klein aantal, zulke cijfers over slachtoffers zien we immers dagelijks als je de krant openslaat of het nieuws aanzet. Maar de impact die deze vliegtuigramp had (en nog steeds heeft) op de betrokkenen, is onbeschrijfelijk.

Psychiater Berthold Gersons verzorgde de psychische nazorg voor de betrokkenen en vertelt het volgende verhaal in het tijdschrift Folia: ‘Als ik aan de Bijlmerramp denk komen vele verhalen naar boven, maar één verhaal heeft me altijd heel erg aangegrepen. Een man zit met zijn gezin te eten in de flat tegenover de flats Groeneveen en Kruitberg, waar het vliegtuig crashte. Hij hoort het geluid van het neerkomende vliegtuig, rent naar de andere kant van zijn flat en ziet de vlammenzee waar het vliegtuig is neergestort. De rest van zijn gezin bleef zitten. Hij heeft daar erg veel last van gehad en heeft zelfs PTSS gekregen, terwijl het daarvoor een prima man was. Als je iets meemaakt waar je op geen enkele manier op voorbereid bent, dan komt dat zó hard binnen.’

Dit monument is gemaakt voor deze man en alle andere betrokkenen. Het hart van het werk is ‘de boom die alles zag’. Deze boom overleefde de ramp en de vuurzee zonder een schrammetje en werd spontaan gebruikt als herdenkingsplek. Mensen legden er bloemenkransen, kwamen bij elkaar om samen te rouwen en elkaar te ontmoeten.

Architecten Herman Hertzberger en George Descombes kregen de opdracht een monument te maken, samen met de bewoners. Ook de dochter van Herman Hertzberger, Akelei Hertzberger, was betrokken bij het ontwerpen van het monument en bedacht de mozaïektegels waar je nu op staat.

Tijdens het ontwerpproces werd al snel duidelijk dat de boom het middelpunt zou zijn van het monument. Maar hoe nu verder? Hoe creëer je een herdenkingsplek waar zo veel mensen uit zo veel verschillende culturen en achtergronden zich thuis voelen? Op veel plaatsen in Nederland is het de gewoonte om een monument of een kunstwerk neer te zetten ter herdenking van een gebeurtenis. Maar hier, in de interculturele Bijlmer, hadden weinig mensen behoefte aan zo’n herdenkingsplek. In de flats woonden veel mensen van Surinaamse, Ghanese, Antilliaanse en Turkse afkomst, zij hebben allen verschillende rituelen en manieren van herdenken. Op het informatiebord zijn de verschillende elementen van het monument uitgelegd. Het is een plek waar men elkaar kan ontmoeten, maar zich ook kan terugtrekken. Ergens waar je bloemen kunt achterlaten, maar ook gewoon even kunt rondslenteren.

De fontein, vaak een statig object van pracht en praal bedoeld om bezoekers te imponeren met de weelde en rijkdom van de staat. Ook dit beeld is onderdeel van een groot project bedoeld om Zuidoost positief op de kaart te zetten. In 2009 werd hier de Straat van Sculpturen georganiseerd, een kunstbiënnale in de openbare ruimte waarvoor vijftien nieuwe werken van toonaangevende kunstenaars werden gerealiseerd. Sommige kunstwerken stonden er tijdelijk en andere, zoals deze pissende heren, permanent.

De biënnale was een groot succes en trok bijna 35.000 bezoekers naar Zuidoost. Dat is een groot aantal, gezien het feit dat het project voor het eerst georganiseerd werd in een buurt die toen nog vaak als problematisch of zelfs als gevaarlijk werd bestempeld. Veel bezoekers hadden Zuidoost in haar slechtere periode verlaten en kwamen nu voor het eerst weer terug. De tentoonstelling werd geopend door toenmalig koningin Beatrix. Het verhaal gaat dat terwijl de koningin langs Tayouken Piss wandelde, ze een aantal belangrijke bobo’s aanstootte en zei: Goed geld geven hoor, dit is heel belangrijk.’

Bij de plaatsing van dit beeld was men overigens vrij zenuwachtig over de reacties van de buurtbewoners. Men was bang dat de bewoners het kunstwerk aanstootgevend zouden vinden. Maar in de praktijk worden merkwaardige beelden vaak warm onthaald. Zo ook Tayouken Piss, het is geliefd bij buurtbewoners.

Maar waar kijken we nou precies naar? Voor het werk heeft kunstenaar Pascale Tayou een mal van zichzelf laten maken, de beelden zijn dus een exacte replica van zijn lichaam. Toen ze eenmaal waren gemaakt is er echter het een en ander gesleuteld aan de piemels. Ze hingen namelijk naar beneden en dat gaf een wat bedroevende straal voor deze trotse fonteinen. Daarom zijn de piemels aangepast en omhooggezet, zodat de beelden nu een fiere boog plassen waar menig man jaloers op is.
Jaloezie is overigens niet nodig: de hele winter moeten de mannetjes hun plas ophouden wegens bevriezingsgevaar van de piemels.

Vaak zijn kunstwerken in de openbare ruimte een aanpassing aan de ruimte. In het geval van Now, Speak! is het juist andersom, de ruimte past zich aan het werk aan. Het olifantenpaadje voegt zich met een kleine boog precies om het werk heen. Uitgesleten door de schoenen en fietsbanden van de drukke stadsmens, die geen tijd heeft om de hele hoek om te gaan en liever zijn eigen weg vindt. Het is een mooi voorbeeld van de spontaniteit van de stad. Hadden de modernistische stedenbouwkundigen van de Bijlmer maar wat meer naar de olifantenpaadjes gekeken, dan hadden ze geweten dat de mens zich niet laat plannen.

Dit werk van Amalia Pica is een verlaten kunstwerk. In 2009 is het geplaatst als onderdeel van de Straat van Sculpturen, maar al snel werd het deels vernield. De stenen microfoon die erop zat is gestolen. Toen de Straat van Sculpturen was afgelopen had de organisatie onvoldoende budget om het werk te onderhouden en werd de gemeente ermee opgezadeld. Maar ook de gemeente kon of wilde het werk niet overnemen, zoals bij Tayouken Piss hier in de buurt wel is gebeurd. Het werk werd niet opgeslagen of gedemonteerd, maar achtergelaten. Dit is overigens een probleem dat veel vaker voorkomt bij kunst in de openbare ruimte. Het is leuk om nieuwe werken te plaatsen, maar wie zorgt ervoor als bewoners, die er dagelijks op uitkijken, zich eraan gehecht hebben?

Nu, bijna tien jaar later, is het een geliefd werk bij buurtbewoners. Zij hebben de gemeente gevraagd om het te adopteren, te herstellen en onderhouden. Voel je vrij om even achter het werk plaats te nemen, je handen te laten rusten op het stenen tafelblad en je diepste zielenroerselen te delen. De kunstenaar heeft deze sculptuur bedoeld als uitnodiging om de unieke stemmen van het volk publiekelijk te laten horen. Het werk staat op een rustige plek zodat zelfs de verlegen spreker zich achter het spreekgestoelte durft te wagen. Een replica van het werk staat in het Museum of Fine Arts in Boston.

Dit is het oudste kunstwerk in Amsterdam-Zuidoost. Zestien rode palen staan in de vorm van een carré en symboliseren het bouwmateriaal dat in de Bijlmermeer in de grond zit. Een carré is een vierkante formatie van soldaten. In geval van militaire overmacht stellen soldaten zich in een vierkant op om zich te verdedigen naar alle kanten. In het geval van dit werk komt het gevaar eerder van bovenaf in de vorm van vogelpoep, en daarom is er nog een extra bescherming toegevoegd. Op elke paal staat een klein vierkantje van pinnetjes, bedoeld om de vogels deze zit- en poepplaats te ontnemen. In de lente gebruikt een meerkoet de natuurlijke bescherming van de rode palen en maakt een nestje midden in het kunstwerk.

Vogels hebben overigens meer invloed gehad op de ruimtelijke ordening van dit gebied dan alleen op dit kunstwerk. Het wijkje hierachter heet de Vogeltjeswei en is vernoemd naar de Surinaamse ‘vogelmannen’ die hier altijd kwamen. Jarenlang heeft dit terrein braak gelegen en werd enthousiast gebruikt voor vogelzangwedstrijden, een nationale volkssport in Suriname. Toen grote groepen Surinaamse Nederlanders rond de onafhankelijkheid van Suriname naar Nederland verhuisden, kwamen zij veelal in de Bijlmer terecht en namen hun hobby, en de vogeltjes, mee. Heel vroeg in de ochtend komen de mannen bijeen en de vogel die de meeste ‘slagen’ fluit binnen een kwartier wint. Slag is de vakterm voor zangklank, zo is er de melodieuze slag ‘pije’ en de kortere ‘kiauw’. Die laatste is het moeilijkst om een vogel te leren, aldus vogelhouder Ewald in een artikel in de Volkskrant. Het aanleren van de verschillende slagen kost veel tijd en moeite: ‘Je moet zoveel mogelijk samenzijn met je vogel om de juiste techniek bij te brengen’.

De straten in deze wijk zijn vernoemd naar de verschillende zangvogels. Inmiddels zijn de vogelmannen uitgeweken naar een gebied tussen de Gaasperdammerweg en Huigenbos.

Van 22 juni tot en met 5 augustus is er een tentoonstelling in het Bijlmer Parktheater met portretten van Surinaamse vogelmannen in Zuidoost van Jacquie Maria WesselsDeze expositie maakt deel uit van de fotoroute Cityscapes+Birdmen die in het kader van 50 jaar Bijlmer tot en met 5 augustus op verschillende locaties in de Bijlmer te zien is.

Het lijkt een klein manneke in dit beeld, Steven van Dorpel. Maar in het echt was hij een boomlange kerel. Steven, ook wel Steve genoemd, was de eerste speler van voetbalclub SV Bijlmer die een profcontract aangeboden kreeg. Hij was in 1989 de topscoorder bij FC Volendam en stond bekend als ‘de parel van de Bijlmer’. Het jaar daarna zou hij voor Roda JC in Kerkrade gaan spelen. Maar eerst zou hij in de zomer naar Suriname gaan om samen met het Kleurrijk Elftal, een groep Surinaams-Nederlandse profvoetballers, benefietwedstrijden te spelen in Paramaribo. Ook zou hij voor het eerst sinds zijn vertrek op driejarige leeftijd uit Suriname zijn vader ontmoeten.

Het liep allemaal anders. Het vliegtuig waarin Steven en zijn teamgenoten zaten stortte neer nabij Paramaribo tijdens een mislukte poging om in de mist te landen. In de SLM-ramp, zoals de crash later bekend zou staan, overleefden slechts elf van de 187 inzittenden. Vijftien spelers van het Kleurrijk Elftal kwamen om het leven. Een beeld ter herdenking van alle overledenen staat in Amsterdam-Oost, vlak bij de stamkroeg van het Kleurrijk Elftal. De documentaire Wrakstukken van Maurice Lede uit 2014 laat zien dat de SLM-ramp nog steeds een grote impact heeft op de Surinaamse gemeenschap. De familie van Van Dorpel heeft Nelson Carrilho gevraagd dit beeld te maken. Hij staat bekend als getalenteerd bronskunstenaar en maakt vaak maatschappijkritische kunst. Twee van zijn bekendste werken zijn Mama Baranka in het Vondelpark en Dragers van Verre in het Westerpark. Hier in het Nelson Mandelapark kijkt Steven uit over het park met al zijn jonge voetballertjes, vereeuwigd met de voet aan de bal.

Je staat hier bij broedplaats Heesterveld. Op deze plek zijn alle aanzetten tot gentrificatie in een oogopslag zichtbaar. Creatieve ondernemers, studentenwoningen, hippe horeca, ateliers, galeries, en heel veel streetart. Kunst en de aanwezigheid van kunstenaars zijn ook hier een middel om de wijk niet alleen op te fleuren, maar ook de kwaliteit van leven te verbeteren.

Deze buurt, de H-buurt, werd gebouwd in de jaren ‘80 met het idee de menselijke maat terug te brengen in de Bijlmer. Als tegenhanger van de vele hoogbouw in de rest van Zuidoost zouden deze vier relatief lage woonblokken een prettigere leefomgeving moeten creëren. Zoals vaker in de geschiedenis van de Bijlmer liep het anders dan gepland. De binnenterreinen waren onoverzichtelijk en de bewoners voelden zich niet veilig. Al snel verloederde de buurt en stegen de criminaliteitscijfers. Als een van de laatste buurten in Zuidoost zou in 2007 ook deze buurt vernieuwd (lees: gesloopt) gaan worden. Maar toen sloeg de crisis toe en werden alle plannen uitgesteld. Woningcorporatie Ymere was al begonnen met de sloopvoorbereidingen en had een aantal gezinnen uitgeplaatst die veel problemen veroorzaakten. Nu was er woonruimte voor studenten, vaak een van de eerste aanjagers van gentrificatie in een buurt.

Ymere vroeg Eva de Klerk, die ook de NDSM-werf succesvol heeft ontwikkeld tot broedplaats, om in Heesterveld een ‘creatieve community en hotspot’ te creëren. In tegenstelling tot de strak uitgedachte, grootschalige plannen waarop de Bijlmer oorspronkelijk is gebaseerd werkt zij met een bottom-upbenadering van stadsontwikkeling. Zonder vooropgesteld eindbeeld, voortbordurend op wat al in het gebied aanwezig is en in samenwerking met (toekomstige) bewoners. Dit alles is op zo’n succesvolle wijze aangepakt dat alle sloopplannen voor Heesterveld voorlopig van de baan zijn.

Ook veel streetart in deze buurt is, in tegenstelling tot de meeste kunstwerken in de openbare ruimte, met eenzelfde aanpak tot stand gekomen: op verzoek van bewoners, in samenspraak met bewoners en afgestemd op de ruimtelijke omgeving. Als je vanuit het Nelson Mandelapark hiernaartoe bent gefietst heb je als het goed is al de nodige streetart gezien, maar er valt nog veel meer te ontdekken in deze buurt. Het platform R.U.A. (Reflexo on Urban Art) heeft hier met verschillende Braziliaanse kunstenaars samengewerkt en een groot aantal muren versierd met kunst.

Voor nu lijkt de broedplaats een goede impuls aan de wijk te geven. Maar zoals altijd met gentrificatie ligt het gevaar op de loer dat de wijk zo in aanzien stijgt, dat juist de mensen die de buurt in eerste instantie zo aantrekkelijk maakten (kunstenaars, studenten en oorspronkelijke bewoners) het zich uiteindelijk niet meer kunnen veroorloven om hier te blijven wonen.