Local Heroes

Wanneer: 22 februari 2024 - 6 april 2024

Bo Bosk, Fré Calmes, Ivna Esajas, Sonia Kazovsky, Delano Mac Andrew

Vijf kunstenaars, wonend en/of werkend in Amsterdam Zuidoost maakten nieuw werk voor deze bijzondere tentoonstelling. Met Local Heroes stimuleert CBK Zuidoost het lokale kunstklimaat in Amsterdam Zuidoost door een podium te geven aan lokale makers.

Het kunstenveld in de Bijlmer is aan het veranderen. Steeds meer kunstenaars vinden hun weg naar deze kant van de stad. Met broedplaatsen als Heesterveld, Florijn, De Kazerne, Open Ateliers Kraaiennest en stARTwell is de afgelopen decennia in Zuidoost meer ruimte gekomen voor beeldend kunstenaars. Ook de komende jaren blijft het aantal groeien. Dat heeft ook te maken met de leegstaande kantoorpanden die in de nabije toekomst voor woningbouw moeten wijken. Voordat deze panden worden gesloopt, staan ze tijdelijk leeg en juist hier ontstaan nieuwe kansen voor kunstenaars waardoor het culturele ecosysteem zich blijft uitbreiden.

Tijdens de tentoonstelling is er op 23 maart een Kunstcafé met een extended guided tour. Dit houdt in dat de deelnemende kunstenaars elk op hun eigen wijze hun werk toelichten. Meer informatie over dit programma volgt.

Kom je donderdag 22 februari naar de opening? (inloop vanaf 17.00 uur)
Meld je hier aan.

Bo Bosk

Bo Bosk (1992) is een autodidactische figuratieve schilder, geboren en getogen in de Bijlmer. Hij heeft zichzelf leren schilderen door aandachtig te kijken naar hoe zijn kunstenaarsvrienden dat deden, door hierover met hen uitvoerig te sparren en door zelf veel te experimenteren. Sinds september 2023 volgt hij een studie aan de Rijksakademie in Amsterdam. In zijn oeuvre is zijn liefde voor film zichtbaar; de scènes in zijn schilderijen lijken nageschilderd te zijn van film-stills. 

In zijn schilderijen geeft Bosk met gedurfde penseelstreken en opvallende contrasten uitdrukking aan uitdagingen en triomfen waarmee hij tijdens een turbulente fase in zijn leven is geconfronteerd. De werken illustreren allerlei emoties, pogingen tot zelfreflectie en een zoektocht naar identiteit. Ze weerspiegelen zijn worstelingen en tegenslagen – beproevingen die achteraf gezien essentieel bleken in de overgangsperiode naar volwassenheid. Het zijn intieme zelfportretten en portretten van vrienden die een klein inkijkje in zijn levensverhaal laten zien maar waar de kijker zelf verdere invulling aan kan geven. 

In de hier getoonde werken is Bosk ook aan het experimenteren met kleur en penseelgebruik. Zo zijn de blauwe werken een studie naar het werken met verschillende kleuren blauw; hoe meng en gebruik je die? Bij de andere werken speelt het onderzoek naar textuur een grote rol. Op welke manier kun je bijvoorbeeld een korrelstructuur in je werk krijgen?

Fré Calmes

Fré Calmes (1985, Haïti) (hen/hun) werkt sinds 2023 in een atelier in Shebang, Amstel III (Bijlmer-West). Calmes is polytheïstisch opgegroeid, met het katholicisme en de voodoo-religie. Door middel van voodoo kan de kunstenaar in contact komen met hun voorouders en spirituele gidsen.

Calmes beoefent een eigen versie van voodoo of, zoals hen het noemt, ‘neo-voodooïsme’. ‘Neo-voodooïsme’ betekent het uitvoeren van traditionele voodoo-rituelen in een artistieke vorm. Een van de oefeningen in deze vorm is het aanbieden van het lichaam aan een van de spirituele gidsen om een boodschap in een visueel beeld over te brengen. Op de meeste kunstwerken van Calmes zie je de naam van een van deze spirituele gidsen. Dat betekent dat dit werk een boodschap is van de betreffende gids aan de kunstenaar.

De werken van Calmes schetsen een wereld waarin de geschiedenis voortleeft en artistieke expressie fuseert. Samen met hun alter ego’s c.q. spirituele gidsen Thenneh Poria en Ekenneh Boyu Boyu brengt de kunstenaar een eerbetoon aan de dappere helden van de Haïtiaanse Revolutie.

Thenneh Poria maakt gebruik van verschillende materialen en technieken om portretten te creëren die een tapijt van verhalen weven en de essentie vastleggen van mannen en vrouwen die, naast Toussaint Louverture, vurig vochten voor de bevrijding van Haïti.

Ekenneh Boyu Boyu breidt het verhaal uit via een mixed media-altaar in de vorm van een paard. Dit sculpturale stuk belichaamt niet alleen kracht en veerkracht, maar dient ook als een symbolische brug tussen werelden. Altagracia (de naam van het altaar) wordt met zijn complexe combinatie van materialen een voertuig dat de geesten van helden door de vloeibaarheid van tijd en ruimte vervoert.

Het doel van de kunstenaar is niet alleen om kunst te tonen, maar ook om een emotionele reactie op te roepen, om een ervaring te creëren die op een diepgeworteld niveau resoneert bij het publiek. Gemengde media stellen Calmes in staat zich los te maken van conventionele beperkingen, waardoor ze een genuanceerder en multidimensionaal verhaal van heldendom en veerkracht kunnen vertellen. De gebruikte materialen (zoals Pokémon-kaarten en textielpoppen) kunnen een gesprek tussen ouders en kinderen over helden uitlokken.

Helden van de Haïtiaanse revolutie

Marie-Jeanne Lamartinière
Lamartinière is een van de weinige Haïtiaanse vrouwen die tijdens de Haïtiaanse Revolutie in het leger heeft gediend. Gekleed in een mannelijk uniform vocht ze samen met haar man, waarbij ze haar vaardigheid met zowel geweer als zwaard toonde tijdens de Slag om Crête-à-Pierrot. Als ze niet met bewonderenswaardige moed vanaf de wallen vocht, besteedde ze haar tijd aan het verzorgen van de gewonde soldaten om haar heen. Ze stond bekend om haar vermogen om snelle beslissingen te nemen in moeilijke situaties, een eigenschap die haar tot een waardevolle kameraad in de strijd maakte.

De echtgenoot van Lamartinière zou in hetzelfde jaar worden gedood als de Slag om Crête-à-Pierrot. Na de revolutie raakte deze heldhaftige vrouwelijke soldaat min of meer in de vergetelheid, hoewel het gerucht gaat dat ze hertrouwde met een medestrijder.

Suzanne Béliar
Een andere vrouwelijke soldaat tijdens de Haïtiaanse revolutie was Suzanne Béliar. Nadat ze met een generaal trouwde, werd ze zelf sergeant en vervolgens luitenant. Hoewel ze de hele revolutie dapper vocht, werd ze krijgsgevangene tijdens een aanval op Corail-Mirrault. Zij en haar man gaven zichzelf tegelijkertijd over om te voorkomen dat ze gescheiden zouden worden, en ze werden allebei ter dood veroordeeld. De moed die ze ten toon spreidde bij haar executie wordt door de hele geschiedenis van Haïti toegejuicht.

Cécile Fatiman
Cécile Fatiman leefde ook tijdens de Haïtiaanse Revolutie, maar haar bijdrage was heel anders dan die van de twee eerder genoemde vrouwen. In plaats van soldaat te zijn, nam ze als voodoo-priesteres deel aan religieuze ceremonies. Tijdens een van haar ceremonies profeteerden zij en andere beoefenaars de revolutie. Sommige historici geloven dat dit feitelijk de revolutie heeft aangewakkerd, waardoor de rebellen de extra impuls kregen die ze nodig hadden om verder te komen met hun acties. Binnen slechts een paar dagen na de profetie van Fatiman hadden de rebellen bijna tweeduizend plantages vernietigd en voor ze het wisten hadden ze een revolutie in handen.

Marie Sainte Dédée Bazile
Volgens de legende was Bazile een tot slaaf gemaakte tijdens de Haïtiaanse Revolutie. Ze verwierf bekendheid vanwege haar heroïsche daden na de moord op keizer Dessalines. Marie Sainte Dédée Bazile wordt nu beschouwd als een symbolische heldin van de Haïtiaanse onafhankelijkheid. Ze nam het lichaam van Dessalines na zijn executie mee en vervoerde het voor een behoorlijke begrafenis. Ze stierf kort na de revolutie en hoewel haar graf verloren is gegaan, leven haar afkomst en verhaal voort via haar vier kinderen.

Paul Louverture
Paul Louverture, de oudere broer van Toussaint Louverture speelde een ondersteunende rol in de vroege stadia van de Haïtiaanse revolutie en droeg bij aan het verzet tegen de Franse koloniale overheersing.

Moïse Hyacinthe
Moïse Hyacinthe, de neef van Toussaint Louverture, diende als militaire officier in het revolutionaire leger en vocht samen met zijn oom en andere leiders voor de onafhankelijkheid van Haïti.

Jean-Jacques Dessalines
Jean-Jacques Dessalines, een prominente militaire leider, speelde een cruciale rol in de latere stadia van de Haïtiaanse Revolutie. Hij riep op 1 januari 1804 de onafhankelijkheid van Haïti uit en werd de eerste heerser ervan.

Henri Christophe
Henri Christophe, een militaire leider, diende later als president en vervolgens als koning Hendrik I in het onafhankelijke Haïti. Hij legde de nadruk op inspanningen voor natieopbouw en maakte een blijvende impact op de geschiedenis van Haïti.

Altagracia
Altagracia, met zijn complexe combinatie van materialen, wordt een voertuig dat de geesten van helden door de vloeibaarheid van tijd en ruimte vervoert. Ze belichaamt kracht en veerkracht, maar fungeert ook als een symbolische brug tussen werelden. De poppen die ze bij zich draagt vertegenwoordigen kinderen en hun ouders, omdat ook deze helden vochten voor hun toekomst.

Ivna Esajas

“Imagination
creates the situation
and, then the situation
creates imagination”

(Citaat uit gedicht ‘Imagination’ van James Baldwin uit: Jimmy’s blues and other poems)

Ivna Esajas heeft haar studio in de Bijlmer, bij Stichting Open Ateliers (Kruitberg). Ze studeerde in juni 2023 af aan de master Blacker Blackness van het Sandberg Instituut. Esajas maakt tekeningen op doek, die intuïtief ontstaan. Lijnen op het doek die vorm en tussenvorm verkennen. De werken maken connecties tussen heden, verleden, persoonlijke verhalen en herinneringen. Verhalen en herinneringen die rondzwerven in het universum, lijnen door de tijd. In haar nieuwe werken experimenteert Esajas met manieren en andere vormen van presenteren.

Ik ben een schilder,
of eigenlijk maak ik tekeningen op doek.
Met houtskool, potlood, verf en inkt.
Als ik aan een nieuw werk begin, heb ik geen plan.
Ik reis met houtskool over het doek.

Lijnen maken, vormen verkennen die tot verhalen kunnen leiden,
zonder vaste bestemming.
Proberen te vatten wat zich in de lijnen en de tussenruimte afspeelt.

Mijn tekeningen zijn.
Ze staan open voor verbinding.

Het is voor hen die de tijd willen nemen,
Om verder te kijken dan de esthetiek.
Het zijn verhalen op zichzelf,
Die geen verantwoording  hoeven af te leggen aan wie dan ook.

Zelfs niet aan mij.

Lees hier een artikel over het werk van Ivna Esajas in metropolism

Sonia Kazovsky

Sonia Kazovsky (1989, RU/IL/NL) is een kunstenaar/onderzoeker, momenteel gevestigd in Amsterdam Zuidoost. Haar onderzoekende kunstpraktijk bestaat uit diverse discursieve werken, waaronder gepubliceerde toneelstukken, essays en performatieve installaties. Het idee van het ‘archief’ staat centraal in haar praktijk; ze onderzoekt verschillende mechanismen van verhalen vertellen, waarbij ze onderzoekt hoe verhalen evolueren en transformeren in verschillende tijden en ruimtes, samen met hun veranderende politieke implicaties. Daarnaast werkt ze ook als docent, doet ze curatoriële opdrachten en schrijft ze voor en binnen instellingen, waaronder de Rietveld Academie, het Sandberg Instituut en het Dutch Art Institute.

The Lowell Re:Offering – Conjuring the Ghosts of Lowell onderzoekt een archief met geschriften die eerder zijn gepubliceerd in ‘The Lowell Offer’, een tijdschrift dat tussen 1840 en 1845 werd uitgegeven door vrouwelijke fabrieksarbeiders in Lowell, Massachusetts. Deze Re:Offering roept de geesten van deze vrouwen op via hun eigen geschriften en is een kritisch onderzoek naar de wortels van het witte feminisme, de arbeidsgeschiedenis en abolitionistische perspectieven. Hierbij worden de inherente paradoxen van de vrijheidsconcepties ontrafeld. The Lowell Re:Offering – Conjuring the Ghosts of Lowell is een poëtisch script, een apocalyptische krant en historische verhalen die herschikt zijn, die een alledaagse en cyclische catastrofe van de maatschappelijke reproductie presenteren – waarin hedendaagse momenten weerklinken.

Delano Mac Andrew

Delano Mac Andrew (1962, Suriname) werkt vanuit zijn studio bij Stichting Open Ateliers (Bijlmer, Kruitberg). Zijn kunstwerken zijn zowel twee- als driedimensionaal en worden veelal op een abstract figuratieve wijze uitgewerkt. Thema’s in zijn beeldende objecten zijn vaak vertalingen van een sociaal-culturele context. Tot zijn 24ste levensjaar heeft Mac Andrew in Suriname gewoond waardoor zijn werk deels geënt is op deze plek met haar koloniale en religieuze historie en de naweeën daarvan. Officieel groeide hij op in de ‘derde wereld’, de term die werd bedacht voor ontwikkelingslanden. Dit alles vormde hem en tekende zijn ervaringen. Dit perspectief maakt zijn werk activistisch, woke… of juist zeer persoonlijk?

De afgelopen jaren gebruikt hij vaak borduurtechnieken in zijn tweedimensionale werk. Dit doet hij op onconventionele wijze: met ijzer, koper- en nylondraad op een ondergrond van doorzichtig plastic, vuilniszakken, golfplaten, hout en ander materiaal. Het ambachtelijke aspect van dit monnikenwerk is net zo belangrijk als de verbeelding van het onderwerp.

Den wan di e tyari mi – The ones who carry me is een ode aan zijn voormoeders op wier schouders hij staat. Allen zijn al heengegaan, dus wezens uit een andere dimensie, en toch present in het hier en nu. In het matriarchale Suriname waarin hij opgroeide, was ‘oma’ een niet weg te cijferen figuur: liefdevol, een bron van levenswijsheid, soms behoorlijk twistziek, maar vooral een onverzettelijke kracht en een voorbeeld.

De serie bestaat uit drie geabstraheerde portretten van zijn voormoeders: overgrootmoeder Henriette, oma Anna en zijn oma Hilda. Allen ooit gefotografeerd met een angisa (hoofddoek uit Suriname gevouwen uit een met gom gesteven lap stof) op het hoofd; de een droeg dit hoofddeksel dagelijks, de ander vooral op hoogtijdagen. De tentoongestelde angisa, model Otobaka, maakt deze ode aan hen – zijn voormoeders – daarom compleet.